In een van mijn vroegste herinneringen lig ik op mijn buik op de vloerbedekking van een vakantiehuisje, te staren naar de tv, waar Ruth Jacott in een zwarte broek met extreem wijde pijpen heen en weer deint: 'We bouwen huizen om orkanen te weerstaan en maken schepen om in elke storm te varen...'


Al sinds mijn vroegste jeugd kijk ik elk jaar naar het Eurovisie Songfestival, net als mijn vader. Op zijn beurt kijkt hij al minstens sinds 1969. De meeste Eurovisiefans begonnen de kijktraditie ooit met hun opa, oma, of ouders. Ze zaten met notitieblokken in de aanslag om cijfers te geven voor het liedje, de zangkwaliteiten, en de kleding. Het Eurovisie Songfestival is iets voor families, om samen te kijken. En tegelijkertijd wordt het wel 'het WK voor homo's' genoemd. Wat maakt het Songfestival zo queer?

Allereerst de kijkers. Toen het festival eind jaren 50 begon, wisten de meeste Europeanen bijna niets over hun buurlanden. Een vakantie naar het buitenland was uitzonderlijk, er bestond geen internet, en de zwart-wit televisies lieten alleen nationale omroepen zien (of, als je zoals mijn ouders in een grensstreek woonde, ook Duitse). Het Songfestival was als een raampje naar de rest van de wereld.

Wat het Songfestival echt queer maakt, is de manier waarop het hokjesdenken onderstreept, ridiculiseert, en ondermijnt.

De jongens die zich in de jaren 60 bij hun ouders op de bank lieten betoveren door de glamour en het spektakel, begonnen zodra ze uit huis waren al snel hun eigen Eurovisie-kijkfeestjes. Zo groeide de link tussen homoseksuele identiteit en het Songfestival in de luwte. In 1998 werd voor de hele wereld duidelijk waar het festival voor stond, toen Dana International het podium beklom. Zij was voor velen niet alleen de eerste transvrouw die het festival won, maar ook de eerste transvrouw die ze op televisie zagen.

Als het gaat over de queerness van het Eurovisie Songfestival, dan gaat het meestal over de artiesten: Dana International als eerste transvrouw, drag queen Conchita Wurst uit Oostenrijk en de Finse Krista Siegfrid die vier jaar voor dat in haar thuisland legaal werd, zong dat ze met haar vriendin wilde trouwen. Maar wat het echt queer maakt, is die ruimte die deze liedjeswedstrijd maakt voor andere culturen en expressies. Niet alleen in de vorm van drag, maar ook in die van hypermannelijkheid: de winnaars van 2006, Lordi, zijn een overdreven campversie van hypermasculiniteit, een perfecte illustratie van filosoof Judith Butler's idee dat gender een voorstelling is, een performance.

Want queer, dat is niet alleen een parapluterm voor LHBTQI-mensen; het is ook een academisch-filosofische studie. Queer theorie ontmaskert onze ideeën over gender en seksualiteit: dat zijn geen 'natuurlijke', vanzelfsprekende waarheden, maar sociale constructen, die door mensen zelf opgevoerd worden. De gestileerde meisjesachtigheid van Natalia Gordienko is net zo gemaakt als de punk-mentaliteit van Måneskin, of de eighties vibe van Fyr & Flamme. Queer is, bovenal, een werkwoord: we zijn bezig met dingen queeren als we ons verzetten tegen het ideaal om 'normaal' te zijn in onze identiteit, onze relaties, ons uiterlijk, en ons gedrag.

Het Songfestival queert identiteit; het onderstreept, ridiculiseert, en ondermijnt ons hokjesdenken. Dat gebeurt vaak op een campy manier: door een zogenaamde nationale identiteit enorm te overdrijven, wordt de gekunsteldheid ervan duidelijk. Kijk maar naar de Poolse melkmeisjes die We are Slavic zingen, de broodbakkende Russische vrouwen of het draaiorgel van Sieneke.

Het zit ook al ingebakken in de opzet van de wedstrijd. Elk land stuurt één artiest, maar die artiest valt natuurlijk nooit samen met het land; Jeangu Macrooy is een Nederlander, maar hij is niet alleen maar een Nederlander, en Nederland is ook niet alleen maar Jeangu Macrooy. Sterker nog, elk jaar zijn er weer inzendingen die binnen hun thuisland bekritiseerd worden. Neem Manizha, de Tajikistaans-Russische zangeres die met Russian Woman tegen de schenen schopt van Russen die vinden dat 'de onafhankelijke vrouw' niet in de Russische cultuur thuishoort, en dat Manizha überhaupt geen Russische vrouw is.

In tegenstelling tot een WK of Olympische Spelen, is hier geen objectieve maatstaf voor winst of verlies – het gaat om stemmen van de kijkers. Doordat je niet op je eigen land kunt stemmen, word je als kijker een dubbelagent. Ik ben natuurlijk #TeamJeangu, maar dit jaar ga ik stemmen op Rusland, Bulgarije, of Oekraïne; alle drie landen waar ik geen sentimentele waarde aan hecht, waar ik nog nooit ben geweest en waarvan ik de taal niet spreek – en, in het geval van Rusland, waar ik politiek gezien een nogal lastige verhouding mee heb.

En dat is het volgende dat Eurovisie steeds opnieuw queert: de politiek. Iedereen weet dat er niet zoiets bestaat als apolitieke kunst (kunst die beweert zich niet met politiek bezig te houden, propageert de status quo), maar toch verbiedt de EBU ten strengste alle liedjes met een politieke boodschap. En – hier komt de zoveelste kwinkslag – toch kan niemand luisteren naar de Oekraïne, die in 2016 het festival won, zonder direct de politieke boodschap te begrijpen: 'When strangers are coming / They come to your house / They kill you all / and say / We're not guilty / not guilty'. Door haar lied 1944 te noemen, kon artiest Jamala bij hoog en laag volhouden dat die tekst over de Tartaren aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ging, en niet over de Krim, die twee jaar eerder door Rusland werd geannexeerd. Zeggen dat je lied over het een gaat, terwijl het overduidelijk over iets anders gaat: dat is het moerassige landschap van de queer context waar ik zo graag in wegzak.

En dan blijft nog de naam over, 'Eurovisie', wat zoveel betekent als 'een blik op Europa'. Welk Europa? Het Songfestival begon als een West-Europese aangelegenheid, in de jaren 70 kwamen ook Israël en Turkije erbij (Marokko deed nog maar een keer mee), en tegenwoordig maakt zelfs Australië deel uit van Eurovisie. Alleen al die lijst met deelnemende landen (en landen die er later weer uitstappen), ondermijnt het idee van een Europese identiteit.

Ik ben heel benieuwd welke aannames er deze week weer gaan sneuvelen, als het openingslied Te Deum klinkt.