Vakantie en feesten zoals vanouds zijn verleden tijd nu ons leven met het coronavirus, in ieder geval in de afzienbare toekomst, radicaal is veranderd.


Twee T-shirts lopen onze huiskamer binnen. Op het eerste shirt een afbeelding van een jongeman op zoek naar het ultieme feest, op het tweede een foto van een jonge vrouw die lééft voor plezier. De dragers van de shirts glunderen, rozig van genot na een weekendje Antwerpen.

De pandemie dwingt ons tegen onze natuur in te leven. We moeten meer gaan lijden dan ons lief is. Genieten (feesten) kan niet meer, althans niet zoals we gewend zijn.

Eerder op de dag. Ik lees berichten over een opleving van het coronavirus in België. Zullen de jongens wel goed uitkijken daar? Lukt het met het dragen van mondkapjes in de winkels? Zonder enige twijfel komen die twee, de achttien- en twintigjarige jongens van mijn vriendin, met 'interessante' T-shirts thuis.

Dat laatste blijkt te kloppen. De boys pronken met hun vondsten waarop respectievelijk Jonah Hill uit Superbad (2007) en Uma Thurman uit Pulp Fiction (1994) prijken. Net als de figuren op hun shirts hebben ze genóten: van kroeg naar kroeg, winkelstraat op en neer, kaarten tot laat op de avond in hun Airbnb.

De volgende ochtend sla ik de krant open. Dr. Fauci. Die zegt: 'Jongeren bedoelen het niet zo, maar ze vormen een groot probleem op dit moment.' Hij praat over de ongecontroleerde virusuitbraak in de meeste Amerikaanse staten, maar vooral in Florida waar beelden van jongeren feestend in de zon epidemiologen het harnas in jagen.

Dr. Fauci: 'Het is een begrijpelijke situatie: een jongere die zegt, statistisch gezien zijn de kansen dat ik ziek word veel kleiner dan bij een oudere […] dus ga ik gewoon een margarita drinken omringd door een massa mensen […] je kunt zo'n jongere niets kwalijk nemen, maar ongewild wordt die zo deel van het probleem.'

Over de hele wereld zien we ze: jongeren die ondanks de epidemie het genot najagen. In het Amsterdamse Bos grijpt de politie in de holst van de nacht in bij een geheim muziekfeest waar honderden jonge mensen op af zijn gekomen. In Spanje zit de overheid met de handen in het haar nu Engelse en Nederlandse toeristen, veelal van jonge leeftijd, terug zijn. Met dat laatste zijn de kroegbazen blij, dat wel.

Deze taferelen keren terug in de verhalen die de T-shirts in mijn woonkamer vertellen. In Superbad zijn twee jongens, Seth (Jonah Hill) en Evan (Michael Cera), net klaar met hun middelbare school. 's Nachts gaan ze op zoek naar een feestje waar ze alcohol kunnen drinken en seks hebben. Wat volgt is een hilarisch bacchanaal, maar de film raakt een zenuw: de tiener zoekt de grenzen van het geluk op, en dat doet hij of zij met grimmige vastberadenheid.

Even nadrukkelijk, maar veel meer chill, streeft Mia Wallace (Uma Thurman) in Pulp Fiction naar het genotvolle leven. Als zware jongen Vincent Vega (John Travolta) haar een avondje gezelschap moet houden, dan gaan ze naar het tentje waar je Big Kahuna Burgers kunt eten.

Dan, het beroemde dansje. De twist. De rust die Mia en Vincent uitstralen op hun sokken op de dansvloer staat lijnrecht tegenover de chaos waarin Seth en Evan belanden in hún queeste naar plezier. Dit heeft alles te maken met het leeftijdsverschil, maar het gaat dieper: beide films leggen de vraag bloot hoe we moeten omgaan met het streven naar het goede leven.

Laten we aannemen dat het hedonisme een flink deel uitmaakt van 'het goede leven' (dat blijkt vooral in Superbad). Tegenover het hedonisme stelde Nietzsche het element lijden, of liever, hij zegt dat het ene niet zonder het andere kan bestaan. Dat zien we ook terug in een mooie filosofie over het goede leven zoals verwoord door de schenkster Siduri in het Soemerische Epos van Gilgamesj. Waarin Gilgamesj treurt over de dood van Enkidu en de schenkster zegt:

O Gilgamesj (…) Het leven dat jij zoekt zul je nooit vinden!
Toen de Goden de mensheid schiepen/ beschikten zij de Dood voor de mensheid,
en hielden het Leven voor zichzelf (…) laat jouw maag gevuld zijn;
geniet steeds, dag en nacht!
Maak plezier, elke dag;
dans en vermaak je, dag en nacht!
Laat je kleren steeds verzorgd zijn, je hoofd fris gewassen, je lichaam in water gebaad;
bewonder het kind dat je bij de hand houdt;
Laat je vrouw genieten van je voortdurende omhelzingen!
Want dat is het lot [van de stervelingen].

Gedoemd zijn we sterfelijk te zijn (het existentieel lijden), maar dat houdt tegelijkertijd in dat we – willen we echt leven – moeten genieten. Vreemd genoeg realiseer ik mij dat de twee T-shirts uit Antwerpen wat dit betreft geen lessen levensfilosofie nodig hebben — dit weten ze instinctmatig.

Hierin zit ook het probleem: de pandemie dwingt ons tegen onze natuur in te leven. We moeten meer gaan lijden dan ons lief is. Genieten (feesten) kan niet meer, althans niet zoals we gewend zijn. Dit schept spanning, een tegennatuurlijkheid, een mentale staat overspoeld met cognitieve dissonantie waarmee we vooralsnog geen raad weten (vandaar ook de wanhoop van dr. Fauci).

Ik troost me met Banksy. Die bekladt weer eens de metro in Londen — met prachtige mondmaskerratten. Zijn clandestien gedraaide filmpje sluit hij af met Chumbawamba:

(Pissing the night away, pissing the night away)
He drinks a Whiskey drink, he drinks a Vodka drink
He drinks a Lager drink, he drinks a Cider drink
He sings the songs that remind him of the good times
He sings the songs that remind him of the best times
I get knocked down, but I get up again.