Conservatieve politici in Nederland proberen de afgelopen jaren in dat gat te springen, door de christelijke cultuur te herformuleren. Zij hebben heus door dat het christendom nooit meer een bepalende factor zal worden, maar het geloof blijkt als symbool verdomd handig in de rechtse politieke retoriek te passen. Want Nederland was toch wel degelijk een christelijke natie, en daar mag je toch weleens naar verwijzen? Nieuwkomers mogen toch best weten dat dit land gebouwd is op christelijke grondslagen, op christelijke normen en waarden? Waarom zou je daar als land niet trots op mogen zijn?

Dat neemt soms potsierlijke vormen aan. Zo beweerde CDA-leider Sybrand Buma vorig jaar tijdens een verkiezingsdebat dat in de christelijke cultuur vrouwen al duizend jaar gelijke rechten hebben als mannen. Thierry Baudet, die zichzelf cultuurchristen noemt, wees er niet zo lang geleden op dat christelijke naastenliefde letterlijk genomen dient te worden, en dus niet van toepassing is op mensen die niet op ons lijken. Ook Geert Wilders maakte zich onsterfelijk belachelijk door te verkondigen dat trots zijn op je eigen land een christelijke waarde is.

Nee, met religie en spiritualiteit heeft het niets te maken. De manier waarop de zogeheten (joods-)christelijke cultuur wordt ingezet in de politiek is om vooral duidelijk te maken dat die andere religie, de islam, er in ieder geval niet bijhoort. Saillant detail: voorheen hoorde je ze weleens spreken over de joods-christelijke-humanistische cultuur, maar kennelijk is het humanisme te universeel om op te noemen.

Is de christelijke cultuur ten dode opgeschreven? Ik denk van niet, maar de karikatuur die ervan gemaakt wordt zal in ieder geval niet de redding zijn.