In Brainwash Talks van Human buigen journalisten, schrijvers, wetenschappers, theatermakers en filosofen zich over de grote persoonlijke en maatschappelijke vragen van nu. Deze keer klinisch pyscholoog Miranda Ntirandekura Aerts over de enorme impact van adoptie.


Interlandelijke adoptie is niet alleen complex, maar ook een heel gevoelig thema. Het leidt tot polariserend debat. Voorstanders zien de voordelen, de positieve impact, de groeikansen voor interlandelijke adoptiekinderen. Kritische tegenstanders zien adoptie als verlies: het kind verliest zijn land, zijn vertrouwde context, zijn cultuur en zijn taal. Wanpraktijken zijn in de adoptie niet vreemd. We hebben het dan over kinderhandel, fraude en ontvoering. Dat zorgt voor veel spanning. Als ik mij erover uitspreek, merk ik dat nadien ook in de inbox van mijn sociale media. Mensen vinden mij nogal eens te kritisch, te negatief en niet neutraal genoeg.

Buiten het feit dat ik zelf geadopteerd ben, werk ik als klinisch psycholoog. Ik zie in mijn praktijk geadopteerden. De jongste is 5 jaar oud, de oudste is 50-plus. Een grote waaier aan verschillende adoptiegerelateerde vragen en problematiek. Geadopteerden krijgen toch ook best wel wat verwijten te verwerken. Dat zorgt voor kwaadheid, verdriet en angst. Voor een gevoel van eenzaamheid: er niet bij te horen. Soms wordt in de discussie gezegd: 'Weet jij eigenlijk wel hoe je leven eruit had gezien als je in je land van oorsprong was gebleven? Misschien was je wel dood.' Alsof dat een eerlijke vergelijking is. Een geadopteerde vertelde mij onlangs over een ruzie met vader, die zei: 'Als je niet gelukkig bent, ga dan terug.' Alsof dat zo'n evidente stap is, als de persoon dat al zou willen.

We gaan er te snel van uit dat adoptie iets positiefs is. Dat het een kinderbeschermingsmaatregel is die mensen, en vooral kinderen, beschermt. Maar er is veel onwetendheid over de onderliggende dynamieken. Onder andere de scheve machtsverhouding tussen de zogenaamde ontwikkelingslanden en de welvaartslanden. Waarom vindt adoptie altijd in één richting plaats? In een artikel schreef ik eens: 'Misschien moeten we arme witte kinderen adopteren in Rwanda.' Je kan je voorstellen dat daar kritiek op was. Uiteraard meende ik het niet serieus, maar het maakt de ongelijke verhouding direct zichtbaar.

Een jongetje in Rwanda

Naast onwetendheid vinden mensen het moeilijk om zich te verplaatsen in de positie van de kritische geadopteerde. Zeker als het gaat over minder positieve ervaringen. Ik was 5 jaar oud toen ik geadopteerd werd en in een Vlaams gezin opgenomen. Ik was geen weeskind. Ik was niet ondervoed. Ik was niet ziek. Ik leefde samen met mijn mama, twee oudere broers en twee oudere zussen. We leefden sober, maar voor mijn gevoel had ik alles wat ik nodig had. Eigenlijk was er geen reden om over te gaan tot interlandelijke adoptie. Maar een witte Belgische pater dacht daar anders over. Hij zei meerdere keren tegen mijn mama: 'Uw dochter kan naar België. Daar kan ze studeren. Als ze 18 jaar is komt ze terug. Rijk en succesvol. En ze kan het misschien wel schoppen tot president.' Mensen die mij kennen weten dat ik zeer ambitieus ben, maar president is misschien toch echt te hoog gegrepen.

Toen ik in België aankwam was er geen nazorg, geen opvolging. Er was niemand die mij kwam vragen: 'Miranda, gaat het goed met jou?' Of aan de andere leden van het adoptiegezin: 'Lukt dat wel? Zijn er niet te veel aanpassingsproblemen?' Men ging er vanuit dat het wel goed zou gaan, terwijl er best wel wat problemen waren. Daarbij bleek ook dat er problemen waren met de adoptiepapieren. Ik heb 11 jaar rondgelopen met een vreemdelingenpaspoort.

Zo'n paspoort dat elk jaar verlengd moet worden, anders zit je in de problemen. Wat bleek? De adoptieprocedure was niet goed verlopen. Uiteindelijk is het wel in orde gekomen, maar tot vandaag de dag is mijn adoptie niet geregistreerd in Rwanda. Terwijl er in Rwanda toen, in 1989, al adoptiewetgeving was, en vandaag de dag ook. Dat zorgt voor problemen, want in Rwanda ben ik de persoon die ik was toen ik geboren werd, Ntirandekura. En ondertussen ben ik in België de persoon geworden die ik geworden ben via adoptie. Miranda Ntirandekura Aerts. Dat zijn niet alleen twee nationaliteiten, maar ook letterlijk twee identiteiten.

Ik was vorige zomer in Rwanda, en men zei daar: 'Hoe komt het dat jij verschillende namen hebt?' De enige mensen die twee identiteiten hebben zijn vaak mensen die dingen hebben mispeuterd: criminelen. Binnen adoptie gaan er soms ook wel serieus dingen fout. Maar zoals jullie zien heb ik mijn weg wel gevonden binnen de wereld, en mijn studies. Met mij gaat het goed, maar ik word in de praktijk regelmatig geconfronteerd met geadopteerden waar het niet goed mee gaat. Er zijn verhalen over misbruik, mishandeling, verwaarlozing. De negatieve impact die ze ervaren ten gevolge van discriminatie en racisme in de maatschappij. Het gevoel dat ze hebben er niet bij te horen. En je zou kunnen denken: 'Miranda, jouw adoptie is dertig jaar geleden, vandaag is het toch veel beter geregeld?' Spijtig genoeg kan ik dat niet bevestigen.

Laten we investeren in alternatieven van kinderjeugdzorgbeleid in de landen van herkomst zelf, zodat kinderen zo dicht mogelijk bij hun vertrouwde context kunnen opgroeien.

Momenteel loopt er in België een onderzoek naar adopties van kinderen uit Congo. De ouders in Congo hadden hun kind op kamp gestuurd en zagen hun kinderen nooit terugkomen. Achteraf is gebleken dat die kinderen in België geadopteerd zijn. De adoptieouders hebben samengewerkt met een erkende adoptiedienst dus ze gingen ervan uit dat alles goed was gelopen, en ethisch. Inmiddels zijn de kinderen aan de hand van DNA gematcht met hun biologische ouders. Maar toch zal het een Belgische rechter zijn die zal bepalen wat nu het beste is voor die kinderen. Ouders in Congo hebben niet de financiële middelen om dure advocaten te betalen. En hoe leg je aan kinderen in de lagereschoolleeftijd uit dat dat de manier is waarop zij hun vertrouwde context zijn verloren?

Zowel in Nederland als in België is er meer dan vijftig jaar interlandelijke adoptie. Door de jaren heen zijn veel getuigenissen geweest van wanpraktijken, over tekorten in de nazorg en in de opvolging. We kunnen spreken van een systeem dat geen garantie kan bieden op feilloze dossiers. En het is toch een vreemd gebeuren wetende dat het over mensen gaat, over kinderen.

Mijn voorstel is dat het hoog tijd wordt om na te denken over alternatieven. Alternatieven waarbij we vooral investeren in een kinderjeugdzorgbeleid in de landen van herkomst zelf. Waarbij kinderen zo dicht mogelijk bij hun vertrouwde context kunnen opgroeien en dat er vooral wordt gekeken naar het waarborgen van de rechten van alle kinderen. En dat we daar niet zomaar een aantal kinderen het grote geluk denken te gunnen, terwijl uiteindelijk, zoals in mijn geval, mijn broers en zussen daar zijn gebleven. Die zijn niet geadopteerd.

Kinderjeugdpsychiaters zeggen dat de eerste 1000 dagen het meest cruciaal zijn: van de start van de conceptie tot het kind twee jaar oud is. Dan wordt de basis gelegd voor de verdere ontwikkeling van een kind. En laat dat nu juist de periode zijn dat kinderen nog in hun geboorteland zitten. Wat voor mij een extra motivatie en argument is om te zeggen dat wij interlandelijke adoptie niet moeten blijven motiveren en stimuleren, maar dat het belangrijk is om te investeren in het land van herkomst.

Wat kunnen we in de tussentijd doen als maatschappij? We moeten de verhalen van geadopteerden erkennen en serieus nemen. We moeten bereid zijn om het beleid en het systeem kritisch te bekijken. En niet omgekeerd. Dat is wat nu vaak gebeurt. Als er berichten in de media verschijnen hoopt men dat het stilletjes verdwijnt, of moeten geadopteerden zelf met argumenten die aantonen waar het fout is gegaan of misgelopen. Als slachtoffer van onrecht zou je niet nog eens zelf alle bewijzen moeten hoeven leveren.

Een kinderbeschermingsmaatregel is er voor de bescherming van alle kinderen. Het is aan de overheid, aan de maatschappij, en aan de verschillende landen die betrokken zijn om daarin verantwoordelijkheid te nemen. Dus dat is mijn oproep ook naar jullie, iedereen die luistert. Ik hoor mensen vaak zeggen: 'Adoptie, daar weet ik eigenlijk niets over.' Stel jezelf de vraag: is interlandelijke adoptie een ethische kinderbeschermingsmaatregel, of moeten we op zoek naar alternatieven?