In Brainwash Talks van Human buigen journalisten, schrijvers, wetenschappers, theatermakers en filosofen zich over de grote persoonlijke en maatschappelijke vragen van nu. Deze keer econoom Christian Felber over de noodzaak van een economie die gericht is op het algemeen belang.


We hebben een economie nodig die gericht is op het algemeen belang. Deels bestaat die al. De beweging voor een economie in dienst van het algemeen belang bestaat tien jaar, maar het idee van algemeen belang bestaat al veel langer. Het is een idee van alle tijden en alle plaatsen.

Volgens Aristoteles was het doel van de 'oikonomia' het welzijn van alle leden van het huishouden, de oikos. Geld en kapitaal waren slechts de middelen. Als mensen vooral geld en kapitaal najoegen, was dat geen oikonomia, maar het tegenovergestelde: chrematistike. Dat nu kapitalisme is. Kapitalisme en de economie als tegenpolen zien, is de inspirerende nalatenschap van Aristoteles.

Adam Smith kennen we van zijn frase 'de onzichtbare hand van de markt'. Maar die komt maar één keer voor in zijn vuistdikke boek De welvaart van landen. Hij was vooral een voorstander van 'universele welwillendheid'. Daar wijdde hij een heel hoofdstuk aan in zijn eerste boek De theorie over morele gevoelens. De filosoof Adam Smith schreef over gevoelens en normen en waarden. Die vormden de basis voor de politieke economie van zijn tijd. BBP is een veel recenter begrip en kwam pas in de 20ste eeuw naar voren. Het kreeg van meet af aan kritiek. Robert Kennedy sloot zijn kritiek op het BBP in 1968 af met de volgende woorden: 'Het meet alles, behalve dat wat het leven de moeite waard maakt.'

Het is zelfs mogelijk dat economische activiteiten een negatieve impact hebben op ons leven, onze normen en waarden en het algemeen belang, en tóch tot positieve financiële resultaten leiden.

Democratische instellingen zeggen nu dat economische activiteiten in dienst moeten staan van het algemeen belang. Zo staat er in de Duitse wet dat bezit verplichtingen met zich meebrengt. Het gebruik ervan moet het algemeen belang dienen. In de Beierse grondwet staat dat economische activiteiten in hun geheel het algemeen belang dienen.

De vraag is dus waarom we economisch succes dan meten aan de hand van monetair BBP, financiële winst en financieel rendement. Wat zeggen die financiële indicatoren over het algemeen belang? Het antwoord: niets waarop we kunnen vertrouwen. Het is zelfs mogelijk dat economische activiteiten een negatieve impact hebben op ons leven, onze normen en waarden en het algemeen belang, en tóch tot positieve financiële resultaten leiden.

In een economie voor het gemene goed zijn alle economische activiteiten
gericht op het algemeen belang. Succes wordt dan ook gemeten aan de hand van een Gemene-Goed-Product op het niveau van nationale economieën met een Gemene-Goed-Balans voor bedrijven en een Gemene-Goed-Analyse voor elke investering.

Zouden markten dan nog bestaan? Nou en of. Net als particuliere initiatieven en privébezit. Niet onbegrensd, maar ze zouden nog bestaan. Zou het nog steeds kapitalisme zijn? Nee. Want bij kapitalisme draait het om geld verdienen en kapitaal vergaren.

Econoom Christian Felber in Brainwash Talks

De voorgestelde hervormingen zouden leiden tot een ethische markteconomie. Eerst het Gemene-Goed-Product. Dat zou het BBP vervangen als maatstaf voor welzijn. Het volk zou het kunnen samenstellen in een volksvergadering. Daarbij geven mensen aan wat volgens hen het meest bijdraagt aan levenskwaliteit en het algemeen belang. Misschien worden er zo honderd of tweehonderd voorstellen gedaan. Daaruit worden er twintig geselecteerd als de facetten van de Gemene-Goed-diamant, of de twintig subdoelen van het Gemene-Goed-Product.

Het GGP meet wat er echt toe doet in ons leven. Zoals gezondheid, geluk, bloeiende relaties, onderwijs, politieke participatie, een gezonde en stabiele omgeving, en klimaat. Het GGP meet wat onze levens de moeite waard maakt. Een Gemene-Goed-Balans laat zien wat bedrijven bijdragen aan het algemeen belang. Zowel positief als negatief. En hoe hoger hun score, hoe minder belasting ze betalen, hoe goedkoper ze kunnen lenen, en ze krijgen voorrang bij openbare aanbestedingen. Door deze prikkels zullen ethische producten, die nu duurder zijn, goedkoper worden dan met dumping ingevoerde producten.

Dan komen we in de buurt van true prices, de echte kostprijzen. Dan zullen de regels van de markt aansluiten bij onze normen en waarden. Gemene-Goed-banken en investeerders zullen een Gemene-Goed-Analyse doen voor ze een lening geven of investeren. Daarbij kijken ze naar de impact op het milieu, het klimaat, verdeling, sociale cohesie en man-vrouw-verhoudingen. Pas als blijkt dat geen enkele waarde geschonden wordt en gemene goederen niet onteigend worden, kijken ze naar het financiële plaatje.

Pas als beide analyses zijn doorstaan, stroomt het geld waar het heen moet: naar holistische en duurzame economische ontwikkeling. Economische activiteiten afstemmen op een democratisch bepaald algemeen belang vormt het hart van onze visie. Alleen activiteiten die op z'n minst geen schade aanrichten blijven over, terwijl activiteiten die goed doen, door bijvoorbeeld armoede terug te dringen, of het vertrouwen in de samenleving te verhogen een concurrentievoordeel hebben. Precies het tegenovergestelde van nu.

De GGE zal de economie van op z'n kop weer met beide benen op de grond zetten. Er is nog meer, zoals het terugdringen van ongelijkheid en machtsconcentraties, ethische handel in plaats van vrijhandel, gelijke ecologische rechten voor alle mensen, om de mensheid als geheel binnen de grenzen van de planeet te houden.

Het hele model omvat twintig hoekstenen, te veel voor dit korte verhaal. Dus laten we kijken naar de implementatie. Overeenkomstig het concept van de post-democratie, denken we niet dat onze regeringen klaar zijn voor een enorme systeemverandering. Daarom willen we soevereine burgers zelf het recht geven te beslissen over fundamentele vraagstukken op het gebied van economisch beleid. Het gaat om een democratischere inrichting van de economie.

Het principe van soevereiniteit kan de kern vormen van zulke hervormingen. Soeverein is afgeleid van het Latijnse 'superanus'. Letterlijk betekent het: boven alles staan. We voelen allemaal aan dat in een ware democratie wij, het volk, boven alles moeten staan. Maar ervaren we dat nu ook zo, diep van binnen? Als het volk echt boven alles stond, zou het een reeks soevereine rechten hebben, van het herschrijven van de grondwet tot het goedkeuren van verdragen. Van het voorkomen dat het parlement een bepaalde wet aanneemt, tot zelf een wetsinitiatief indienen. Dan zou het volk nooit instemmen met banken die te groot zijn om om te vallen, belastingparadijzen, high-frequency trade, octrooien op levende organismen of onbegrensde ongelijkheid.

In een nieuwe grondwet zou het volk het algemeen belang centraal stellen. Hoe weet ik dat zo zeker? Vanwege m'n game, 'economische democratie'. Dat heb ik met tienduizenden mensen gespeeld in ruim twintig landen. In die game kun je op speelse wijze beslissen over de lastigste kwesties. Zoals het grootste obstakel voor systeemverandering: de te grote concentratie van rijkdom en macht.

Eerst vroeg ik de spelers hoe hoog het hoogste inkomen mocht zijn ten opzichte van het laagste inkomen. Mensen zeiden dan: vijf keer, zeven keer, tien keer, soms twintig of dertig keer. Daarna stemden ze over alle voorstellen. Niet met hun goedkeuring, maar met hun weerstand tegen elk voorstel. Het voorstel dat de minste weerstand opriep, won. Het voorstel dat onze collectieve vrijheid het minst beperkt, wordt dan de regel.

Bij het stemmen stuitten het laagste voorstel, helemaal geen ongelijkheid, en het hoogste voorstel, tot 100 keer het laagste inkomen tot onbegrensd op extreem veel weerstand. De meer gematigde voorstellen deden het beter. De minste weerstand wordt meestal opgeroepen door een factor van tien tussen het hoogste en het laagste inkomen. Even ter vergelijking: in Oostenrijk is de factor nu 1250. In Duitsland is de factor 80.000. In de VS is de factor 360.000.

Dat is één voorbeeld van hoe het volk het verschil kan maken als het de macht had. Als we onze geliefde democratieën toekomstgerichter zouden maken. Wil je delen in deze macht? Welkom bij onze beweging. De GGE-beweging begon 10 jaar terug in Oostenrijk, Zuid-Duitsland en Noord-Italië. Inmiddels is hij uitgebreid naar 33 landen, waaronder de Benelux. Zo'n 3000 bedrijven doen mee, waarvan 700 met een Gemene-Goed-Balans. Boeren, banken, zorgverzekeraars, universiteiten. Steeds meer steden doen ook mee, waaronder Amsterdam. In Barcelona heeft een heel district een Gemene-Goed-Balans opgesteld. Nu helpen ze particuliere bedrijven ermee. In Duitsland is Steinheim, met 20.000 inwoners, de eerste Gemene-Goedstad.

De volgende stap is dat steden en regio's gaan kijken hoe ze de Gemene-Goed-Balans kunnen gebruiken bij aanbestedingen en ontwikkelingsprogramma's. Ons hoogste politieke succes hebben we op Europees niveau behaald. 86% van de leden van het Economisch en Sociaal Comité stemde voor het opnemen van de Gemene-Goed-Economie in het juridisch raamwerk van de EU en de lidstaten.

Ook binnen het huidige democratische bestel hopen we op successen. We proberen de EU-richtlijn inzake niet-financiële informatie te beïnvloeden om zo ethische verslaglegging even verplicht te maken als financiële. We hebben alleen een deeltijd-lobbyist in Brussel, maar wie weet.

Je kan het volgende doen:

  • Lid worden van de Nederlandse of een andere vereniging.
  • Meld je aan bij de lokale afdeling, of richt er een op.
  • Voer een Gemene-Goed-Balans in bij jouw bedrijf.
  • Richt een volksvergadering op en creëer in jouw stad een Gemene-Goed-Index.
  • Of link onze jonge beweging aan andere bewegingen zoals de Commons, de Donut Economie, de Degrowth beweging, B Corps, of Rethinking Economics.

Wacht niet op morgen, doe mee en creëer samen met ons een Gemene-Goed-Economie.