In Brainwash Talks van Human buigen journalisten, schrijvers, wetenschappers, theatermakers en filosofen zich over de grote persoonlijke en maatschappelijke vragen van nu. Deze keer econoom Barbara Baarsma, over korte voedselketens.


Zo ver ik kan kijken zie ik sojaplanten. De zon brandt. Het is 2018 en ik sta aan de rand van een onmetelijk grote sojaplantage. Ik ben voor Rabobank in Brazilië en bezoek een klant, sojaboer Roberto. We praten over de milieueffecten van sojateelt in Brazilië als hij me vraagt waar ik eigenlijk woon. Dan spreekt hij de voor mij onvergetelijke woorden: 'O, kom je uit Amsterdam? Dat is fantastisch, want die stad wordt omringd door het meest gevarieerde agrarische productiegebied ter wereld. Jullie zouden zelfvoorzienend kunnen zijn als jullie geen mango's, rijst en chocola zouden eten.'

Het is waar. Amsterdammers wonen in een voedselparadijs, Nederlanders wonen in een voedselparadijs, maar we realiseren ons dat vaak niet. Ook ik moest er ver voor reizen om te zien wat ik van dichtbij niet zag. Inwoners van gebieden zonder landbouw of gebieden met monocultuur, zoals in stukken van Brazilië en de Verenigde Staten, wonen in een voedselwoestijn. Er is alleen lokaal geproduceerde soja, suiker of maïs te krijgen en al het verse eten moet van ver komen en is duur. Sterk bewerkt voedsel en fast food is dan wat de betaalbare pot schaft. In Nederland hebben we vers voedsel in overvloed: aardappels, melk, groenten.

Wat ik ook pas ontdekte toen ik me erin verdiepte, is dat een maaltijd in Nederland vaak al 30.000 kilometer heeft gereisd voor je er een hap van neemt. Denk maar aan de Braziliaanse soja waarmee Nederlandse varkens worden gevoed, die vervolgens in Italië worden verwerkt in vleesproducten en weer terug reizen. Of neem garnalen uit de Noordzee die worden gepeld in Marokko, verwerkt in het Verenigd Koninkrijk om daarna via een supermarkt in Nederland in de diepvries te belanden. Of nog ingewikkelder: de ingrediënten van een willekeurige diepvriespizza kunnen afkomstig zijn uit veel verschillende landen.

Korte voedselketens beperken het aantal voedselkilometers, faciliteren kringlooplandbouw, ondersteunen het verdienvermogen van boeren, en zorgen voor grotere leveringszekerheid.

Weet jij waar je eten vandaan komt? Wist je dat zo'n driekwart van de in Nederland geproduceerde landbouwproducten wordt geëxporteerd en dat bijna driekwart van de landbouwgrond, die in gebruik is voor de Nederlandse voedselconsumptie, in het buitenland ligt? Die 30.000 km die een gemiddelde maaltijd aflegt, schuurt als je je realiseert dat er lokaal veel voedsel wordt geproduceerd. Dat moet slimmer kunnen, toch? Ja dat kan slimmer.

Tegelijk moet erkend worden dat de lange, op export gerichte voedselketens ons veel hebben gebracht. Niet eens zozeer dat we de tweede grootste exporteur ter wereld zijn na de Verenigde Staten dat meer dat tweehonderddertig keer zo groot is als Nederland. Export is immers geen doel op zich. De modernisering en mondialisering van de Nederlandse landbouw die sinds de Tweede Wereldoorlog heeft plaatsgevonden heeft geleid tot genoeg en goedkoop voedsel.

Tegelijkertijd hebben deze langere ketens ongewenste effecten. Die lange ketens gaan dwars door de grenzen van onze milieugebruiksruimte heen. Zo staat de biodiversiteit onder druk, is de bodemkwaliteit aangetast, en stoot de lineaire landbouw relatief veel broeikasgassen en stikstof uit. De nadelen zijn niet alleen ecologisch maar ook economisch, omdat de positie van boeren in die lange ketens zwak is. Boeren zijn overgeleverd aan een internationale markt waarop zij bulkproducten aanbieden en ze zich niet kunnen onderscheiden. Ze zijn prijsnemer en kunnen investeringen in duurzaamheid niet terugverdienen. Ze behalen in de keten van boer tot bord de laagste marge, terwijl we als samenleving wel van boeren verlangen dat ze investeren in kringlooplandbouw. Dat kan nu niet uit.

Daarom pleit ik ervoor om meer voedsel te produceren en te eten uit een korte, regionale keten. Een kortere voedselketen is een toeleveringsketen die bestaat uit een beperkt aantal marktdeelnemers die samen streven naar lokale economische ontwikkeling en nauwe geografische en sociale betrekkingen tussen producenten, verwerkers en consumenten. Zo'n korte voedselketens draagt bij aan kringlooplandbouw, waarbij boeren gebruik maken van grondstoffen uit elkaars ketens en van reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie, zo min mogelijk energie gebruiken en zo veel mogelijk hernieuwbare energie.

Korte voedselketen beperken niet alleen het aantal voedselkilometers maar dragen ook bij aan kringlooplandbouw, omdat kringlopen eenvoudiger regionaal dan internationaal zijn te sluiten. Landbouwproducten die een lange omweg maken en in meer landen hun sporen nalaten, zijn immers moeizamer in een gesloten keten te brengen.

Korte ketens ondersteunen het verdienvermogen van boeren die investeren in verduurzaming. Zij kunnen hun kwaliteitsproducten beter voor het voetlicht te brengen bij afnemers. De melk komt dan niet in een anonieme plas terecht. Nee, de zuivel wordt in onderscheidende verpakkingen gedaan die duidelijk maken dat de melkveehouder investeert in zaken als bijvoorbeeld biodiversiteit en bodemkwaliteit. Doordat er in korte voedselketens schakels worden overgeslagen blijft meer marge over voor boeren, zonder dat de prijs voor consumenten hoeft te stijgen.

Korte voedselketens hebben naast de al genoemde voordelen – het beperken van het aantal voedselkilometers, het faciliteren van kringlooplandbouw, en het ondersteunen van het verdienvermogen van boeren – nog een vierde voordeel dat in de coronacrisis nog eens extra duidelijk werd. Kortere voedselketens kunnen bijdragen aan grotere leveringszekerheid. Winkels en horeca in grote steden zijn sterk afhankelijk van vrachtwagens die voedsel vanuit ver gelegen distributiepunten brengen. Als er vier dagen geen vrachtwagens in een stad als Amsterdam zouden kunnen bevoorraden, zou er geen vers voedsel meer zijn.

Barbara Baarsma in Brainwash Talks

Voor heel Nederland zijn er slechts een paar grote distributiecentra. Dat maakt de voedselvoorziening kwetsbaar voor een stroomstoring, overstroming en ook bij een pandemie. Dat bleek in maart van dit jaar toen consumenten de supermarktschappen leeg hamsterden en men misgreep op zoek naar de favoriete pasta of crackers. Voor de meeste Nederlanders was dit de eerste keer dat ze op deze brede schaal misgrepen in het schap. Die ervaring is een belangrijke oorzaak van de sterke omzetstijging die vervolgens optrad bij korte keten-aanbieders.

Een laatste voordeel van korte ketens is dat het beperkte aantal schakels betekent dat boeren sneller kunnen reageren als er ergens in de keten iets verandert, bijvoorbeeld als de voorkeuren van afnemers veranderen. Een korte keten is daardoor wendbaarder en kan sneller op zoiets als een pandemie reageren. Ook maakt het meer direct contact in de keten mogelijk. Ik heb gezien hoe boeren en burgers elkaar dan beter gaan begrijpen. Fijn, want juist in deze tijden van grote landbouwtransitie is het belangrijk dat boeren en burgers niet vol onbegrip of zelfs boosheid tegenover elkaar op het Malieveld komen te staan.

Dat merkte ik ook bij de nieuwe korte keten die we in de Amsterdamse regio bouwden. Boeren voor Buren noemen we dat. Het is de vrijdag voor Pasen. Het eind van de middag. Ik ben in de Amsterdamse wijk Nieuw-West en pak tassen met voedsel in. Aardappels, tomaten, penen…. 25 kilo per tas. Goed voedsel dat dreigt te verpieteren op de akkers en in de schuren van boeren in ons ommeland. Zo stonden de zakken aardappels bij boer Jaap al klaar om aan de horeca te leveren. Door de lockdown ging de horeca op slot en bleven zijn aardappels liggen. Tegenover het overschot aan goed voedsel bij de boeren stond het tekort van kansarme gezinnen in de stad.

Ik ontmoette die vrijdag in Nieuw-West een vrouw. Ze is moeder van een groot gezin. Omdat haar werk is weggevallen in de coronacrisis en haar man, die taxichauffeur is, ook zonder werk zit, hebben ze moeite de eindjes aan elkaar te knopen. Ze loopt wat schuchter naar het afhaalpunt voor de voedseltassen. We raken aan de praat. Ze vertelt over haar kinderen, over haar geldzorgen. Vrees voor de administratieve rompslomp en ook schaamte weerhouden haar ervan om hulp te vragen. Via via hoorde ze van deze plek.

Het zijn deze verhalen die mij raken. Door onze voedselketen te verkorten komen deze verhalen bij elkaar. Boeren krijgen een redelijke prijs voor hun producten. En hun 'buren' in de stad kunnen gezond eten. Het gaat om 80.000 Amsterdammers die een stadspas van de gemeente hebben, waarmee ze de groententassen van Boeren voor Buren voordelig kunnen kopen.

Het doel is niet alleen uit korte ketens te eten. Korte ketens zijn niet zaligmakend. Het gaat erom een robuuster evenwicht tussen lange, internationale en korte, regionale voedselketens te bouwen. En het mooie is: we wonen in een voedselparadijs, het enige wat we moeten doen is het willen zien en met onze voedselkeuze de door ons allemaal gewenste verduurzaming versnellen. Nu eten we niet meer dan vijf procent uit korte ketens. Laten we er naar streven dat we over vijf jaar vijf keer zo veel, dus 25 procent via korte ketens produceren en eten.

Dus kijk in de supermarkt eens op het label om te zien waar je eten vandaan komt en kies vaker van dichtbij. En laten we meer met de seizoenen mee-eten. Ook zouden we minder importproducten kunnen eten en drinken. Dat is best moeilijk want het gaat ook om dingen als sinaasappels, chocola en koffie. Maar alleen als jij en ik als consumenten andere keuzes maken, kan de landbouw verduurzamen.