In Brainwash Talks van Human buigen journalisten, schrijvers, wetenschappers, theatermakers en filosofen zich over de grote persoonlijke en maatschappelijke vragen van nu. Deze keer bestuurskundige Albert Jan Kruiter over bureaucratie en willekeur.


Mensen die meer problemen hebben dan ze kunnen tellen: beleidsmakers noemen ze multi-probleemgezinnen. In 2006 ging ik bij ze op de bank zitten, om te kijken hoeveel en welke professionals daar over de vloer komen en hen te vragen: wat had je hier nu eigenlijk willen doen wat niet mocht? Dan breng ik die regeltjes in kaart, zodat ik onderzoek kan doen naar bureaucratie.

Bij het eerste gezin waar ik dat deed, telde ik binnen drie maanden achtenveertig verschillende instellingen die zich met dat gezin bezighielden. Dat kostte ongeveer 269.000 euro per jaar. En toen ik daar toch op de bank zat, vroeg ik aan die man van dat gezin: wat is volgens jou het probleem? Hij zei: ik heb 6.000 euro niet-saneerbare schuld, en daar kan niemand me meer mee helpen. Ironisch genoeg verweet een deel van die professionals hem dat hij niet met geld kon omgaan, nadat ze zelf gezamelijk een bedrag van zes nullen hadden uitgegeven.

Mensen die te veel van de gemiddelde deler afwijken, donderen uit de verzorgingsstaat. Deze regels hebben we zelf gemaakt, en kunnen we dus ook veranderen.

Deze man was boos. Ze hadden zes kinderen, en er zou nog een kind bijkomen. Van de bijzondere bijstand van de gemeente hadden ze geld gekregen om een babybedje te kopen. Hun kinderen stonden onder toezicht van Bureau Jeugdzorg, en in diezelfde periode werd gas, water en licht afgesloten. Met Jeugdzorg had hij afgesproken dat hij zou laten zien dat hij prioriteiten kon stellen voor zijn kinderen. Dat was aan het einde van het jaar, het werd koud. En dat is vervelend als je gas niet meer aangesloten is; dan kun je niet meer stoken. Dus hij besloot om dat geld van het ledikantje te gebruiken om winterjasjes te kopen voor zijn kinderen. Dan kon hij laten zien dat hij prioriteiten kan stellen.

Maar bij de gemeente zei degene die de beschikking had afgegeven: 'Dit is geen ledikantje, dit zijn winterjasjes. Die meneer fraudeert.' En omdat hij fraudeerde kon hij niet meer in de schuldsanering. Kon hij zijn gas, water en licht al helemaal niet meer betalen.

Uiteindelijk kwam dit gezin met zes kinderen en eentje op komst rond van zestig euro per week, met twee ouders. Voor de snelle rekenaars, dan zit je op minder dan één euro per dag per persoon. Daarmee zit je onder het Afrikaanse armoedeniveau zoals vastgesteld door de Wereldbank. En dit gebeurt gewoon in Nederland.

Albert Jan Kruiter in Brainwash Talks

Niemand wil dat dit gebeurt, en toch gebeurt het. Ik dacht: ik wil begrijpen hoe dat kan. Dus ik ben onderzoek gaan doen naar bureaucratie. Waar komen die regels vandaan? Ze komen niet uit de lucht vallen.

Ik ben de literatuur ingedoken en kwam uiteindelijk terecht bij de Franse filosoof Alexis de Tocqueville. Een van de belangrijkste gebeurtenissen in zijn leven vond plaats voordat hij geboren werd. Zijn overgrootvader, De Malesherbes, was de belangrijkste adviseur van Lodewijk XVI. De Tocqueville werd in 1805 geboren, na de Franse revolutie. Zijn overgrootvader was ongeveer twintig jaar de belangrijkste adviseur van Lodewijk XVI. Hij managede dat land eigenlijk, een soort topambtenaar. En twintig jaar lang zei hij tegen Lodewijk XVI: 'Je moet dat volk een kans geven. Alleenheerschappij is over. Anders gaat het de verkeerde kant op.'

Daar heeft hij in feite twintig jaar voor gelobbyd. En dat ontaardde in de Franse revolutie; een soort democratisch experiment wat niet helemaal goed afliep. En Lodewijk XVI werd op een gegeven moment opgepakt met zijn lieftallige Marie Antoinette, en kwam onder le rasoir national (het nationale scheerapparaat) terecht, zoals de Fransen de guillotine zo liefkozend noemden.

Maar, tijdens de Franse revolutie waren ze rechtvaardig: er moest natuurlijk eerst een rechtszaak zijn. Er moest dus iemand zijn die hem verdedigde. De overgrootvader van De Tocqueville zei: 'Ik heb twintig jaar het volk tegenover de koning verdedigd. Nu zal ik de koning tegenover het volk verdedigen.'

Het mocht niet baten, Lodewijk XVI werd onthoofd, en als dank voor zijn verdediging mocht De Tocqueville's overgrootvader toekijken hoe zijn zus en andere familieleden werden onthoofd. Uiteindelijk kwam hij zelf ook onder de guillotine. Maar ze waren iemand vergeten: een kleindochter van hem. En dat was de moeder van De Tocqueville. Zij zat nog in de gevangenis, samen met de vader van De Tocqueville. Zij stonden ook nog op de rol, maar precies op de dag dat zij eveneens onthoofd zouden worden, werd Maximilien de Robespierre gearresteerd en kwam zelf onder de guillotine terecht. Dus ze kwamen vrij.

En als wonderbaarlijk gegeven werd daar in 1805 Alexis de Tocqueville geboren. Dit verhaal heeft hem gevormd. Zijn missie in het leven werd: hoe kunnen wij in de toekomst dit soort rauwe willekeur en despotisme voorkomen? En kan democratie, wat in opkomst is – in Amerika zijn ze er al mee bezig – daaraan bijdragen?

De Tocqueville was een snelle leerling, hartstikke slim ventje. Op zijn 25e vertrok hij naar Amerika, want daar was democratie, daar kon hij het gaan bestuderen. Wat hem daar trof was de extreme gelijkheid. De egaliteit onder de mensen. Iedereen was gelijk in Amerika. In tegenstelling tot Frankrijk, waar nog wat aristocratische invloeden waren.

Maar een van de belangrijkste dingen die hij ontdekte was dat gelijkheid leidt tot individualisme. Hij zei: als je democratie wilt verklaren, moet je een onderscheid maken tussen de democratische samenleving (hoe gaan wij onderling met elkaar om), en de democratische overheid. Dat is de formele kant van de democratie, zoals de Tweede Kamer en de grondwet.

Het kenmerk van een democratische samenleving is gelijkheid. Maar deze gelijkheid leidt tot individualisme, want als we allemaal gelijk zijn, waarom zou jij een probleem wat ik heb maar niet kan oplossen, wel kunnen oplossen? Zo raken we op onszelf betrokken. Volgens De Tocqueville ontstaat individualisme dus in een democratische samenleving: een geheel van kleine clustertjes van mensen die zich alleen bezighouden met eigen familie en vrienden.

Het kenmerk van een democratische overheid is centralisme en bureaucratie. Want omdat we graag gelijk willen zijn moeten we allemaal wetten en regels creëren om die gelijkheid te kunnen waarborgen. De Tocqueville zag dat democratie zal ontaarden in een centralistische, bureaucratische overheid en een volstrekt geindividualiseerde samenleving.

Deze twee, de democratische samenleving en overheid, houden elkaar in een noodlottige omhelzing. Al die onmachtige individuen gaan de overheid verwijten dat ze het niet goed meer doen. Andersom verwijt de overheid hen dat ze geen goede burgers meer zijn.

Een club onmachtige individuen aan de kant van de democratische samenleving zegt tegen de overheid: los het maar op, onze problemen. En de overheid maakt vanuit allerlei goede bedoelingen wet- en regelgeving om problemen op te lossen, maar de samenleving is zo ingewikkeld geworden, dat dat niet meer lukt.

Zo krijg je een uit de klauwen gelopen bureaucratie die willekeurig in zijn effect zal zijn. Dat voorspelde De Tocqueville: mild despotisme. Dat despotisme was mild, omdat wij het aan de overheid vragen. Het was mild omdat de overheid het vanuit goede bedoelingen doet. Maar ze komen daar niet meer aan toe.

Terug naar vandaag de dag. Ik denk dat we in Nederland een heel eind zijn met dat milde despotisme. We hebben een centralistische, bureaucratische overheid die van alles probeert, maar uiteindelijk voor 269.000 euro een probleem van 6.000 euro niet op kan lossen. En als we mensen voor 269.000 euro niet helpen, kunnen we ze beter voor 20.000 niet helpen, toch? Of voor 25.000 euro?

Dat is precies wat ik ben gaan doen. De Tocqueville was een analist. Ik heb er proefschriften over geschreven en toen het af was zeiden mensen: 'U hebt de briljante samenleving kapot verklaard en wat gaat u nu doen?' Toen dacht ik, ik ben 35 jaar oud, ik moet nog een tijdje, ik ga dingen oplossen.

Kindervoetjes

Met zielsverwanten heb ik het Instituut voor Publieke Waarden opgericht. We willen mensen die niet in dat egalitaire systeem passen helpen en willekeur voorkomen. Dat is ingewikkeld in Nederland. Want dat gelijkheidsgedachtegoed zit er diep in bij ons. We hebben nogal een pervers egalitair cultuurtje onder ons.

Wat vinden Nederlanders het ergste wat ze kan overkomen? Als iemand anders beter behandeld wordt. Dus als jij je dakkapelvergunning wel krijgt en ik niet, dan sta ik bij het gemeentehuis te schreeuwen. Maar als ik hem wel krijg en jij niet: ja, dan zal je wel iets verkeerd ingevuld hebben.

Er zijn ook landen waar ze het heel onrechtvaardig vinden als iemand anders slechter behandeld wordt. Dat vinden Nederlanders over het algemeen niet zo'n probleem. Dus dat heeft tot krankzinnige bureaucratie geleid. Een voorbeeld: als wij er met z'n allen drie seconden over nadenken, komen we al snel tot de conclusie dat de leeftijd achttien ongeveer het meest krankzinnige criterium is om een recht op zorg aan te koppelen. Toch doen we dat al jarenlang. Alsof een psychose zegt: 'O, je bent achttien geworden, dan ga ik weer.'

Toch doen we dat, omdat we gelijke gevallen gelijk willen behandelen. Het gevolg is dat we ongelijke gevallen ook gelijk behandelen. En ik vind dat onrechtvaardiger dan het omgekeerde. Daardoor donderen mensen die te veel van de gemiddelde deler afwijken uit de verzorgingsstaat. Hoe proberen wij dat op te lossen? Als je dit verhaal samenvat hebben wij rechtmatigheid als waarde. De regeltjes heilig verklaard. En dat gaat niet meer goed komen. Niet nog meer regels om de onverwachte rare effecten van regels te compenseren.

We moeten er andere waarden aan toevoegen.

  1. Geld. Steeds minder publieke inkomsten en steeds grotere problemen. We moeten er zuinig mee omgaan. Als ik iemand met 6.000 euro beter kan helpen dan met 269.000 euro, dan hou ik 263.000 euro over om andere problemen op te lossen.

  2. Betrokkenheid. De wensen van mensen zelf doen er toe. We zeggen: regels, belangrijk; rechtsstaat, hartstikke goed; geld, belangrijk. Maar wat willen mensen zelf eigenlijk? Hoe ziet dat eruit?

We helpen inmiddels ongeveer 300 gezinnen met veel problemen per jaar. Dus iedereen die bij het Instituut voor Publieke Waarden werkt, heeft zelf een case load, en de andere helft van de week denken we erover na. Hoe kunnen we dat systeem verbeteren? Er meldde zich bij ons een mevrouw met vijf kinderen en 7.000 euro huurschuld. Ze was gescheiden van een man waar ze eindelijk aangifte tegen durfde te doen wegens huiselijk geweld. Ze kreeg de stempel uithuiszetting omdat ze de schuld niet kon aflossen. De oplossing was: de kinderen in de crisispleegzorg en zij drie maanden de vrouwenopvang in, voor honderd euro per dag. Crisispleegzorg kost 13.000 euro per traject, dus 65.000 euro. Al met al geven we 74.000 euro uit om een probleem niet op te lossen dat 7.000 euro groot is.

Onze oplossing: 2.281 euro overmaken aan de woningcooperatie onder voorwaarde dat zij in haar huis mag blijven wonen. Zo geven we haar de kans om betrokken te zijn bij haar eigen gezin en regie te kunnen blijven voeren. We besparen veel geld waar we nog meer problemen van kunnen oplossen. En we blijven binnen de wet.

Waarom doen we dit? Om mensen beter te helpen - waar de verzorgingsstaat ooit voor bedacht was. Om willekeur te voorkomen, zoals De Tocqueville het bedoelde. Om naar de verzorgingsstaat van de toekomst te gaan die rechtvaardig is in plaats van rechtmatig, die maatschappelijk rendabel is in plaats van efficiënt, en die betrokken is in plaats van zelfredzaam.