In Brainwash Talks van Human buigen journalisten, schrijvers, wetenschappers, theatermakers en filosofen zich over de grote persoonlijke en maatschappelijke vragen van nu. Deze keer ethicus James Williams over de aandachtseconomie.


Een van mijn favoriete filosofen is Diogenes van Sinope. Hij leefde in de vierde eeuw voor Christus in Korinthe, in Griekenland. Diogenes is de oprichter van de filosofische school van de cynici. Je zou kunnen zeggen dat hij een voorloper is van de trollen die je tegenwoordig hebt op het internet. Hij werd beschouwd als bot, impulsief en onbeheerst.

Hij ging naar de lessen van filosoof Socrates om die smakkend te verstoren. Hij beschadigde munten. Was echt een ongelikte beer. Toch had hij een groot bewonderaar, en dat was de machtigste persoon op aarde: Alexander de Grote. De Grote zei dat als hij Alexander niet was geweest, dat hij dan Diogenes had willen zijn.

Er is een mooi verhaal dat in meerdere bronnen voorkomt. Daarin gaat De Grote langs bij Diogenes, die op de markt in Korinthe verblijft. Hij wordt vergezeld door lijfwachten, lakeien en soldaten. Hij loopt naar Diogenes, die in de zon ligt en zegt: 'Ik bewonder je zeer en geef je alles wat je maar wilt hebben. Alles'. Waarop Diogenes omhoogkijkt en hem vraagt uit zijn zon te gaan.

Er zijn meerdere redenen waarom ik dit een mooi verhaal vind. De belangrijkste is dat het ons een leidraad geeft voor de houding die we moeten innemen tegen de Alexanders van onze tijd. De machtige mensen van nu zijn de makers van digitale technologieën. Zij komen onze levens binnen, en willen onze behoeften vervullen. En in veel opzichten doen ze dat ook.

Maar meer en meer beginnen we te beseffen dat ze daarbij ook in ons licht staan. En dat licht is belangrijk. Het is kostbaar en van levensbelang. Als het wegvalt, hebben de andere voordelen van technologie geen meerwaarde meer. Het licht van onze tijd is, dat zul je begrijpen, onze aandacht.

Ik heb een paar jaar bij Google gewerkt en ik besefte dat het digitale tijdperk een onomkeerbare verandering in de menselijke aandacht teweegbrengt. Het gaat om meer dan concentratieverlies, om meer dan ergernis of klein ongemak. Het hoofd bieden aan de verleidingen van technologie is misschien wel de grootste politieke en morele uitdaging van deze tijd.

Vaak zeggen we dat we in het informatietijdperk leven. Informatie is overal en mensen raken niet uitgepraat over de gigantische datasets die er zijn, en wat we allemaal met die gegevens kunnen doen. In de jaren 70 wees psycholoog en socioloog Herbert Simon er al op dat een overvloed aan informatie leidt tot een figuur-achtergrond verwisseling. We zien of de voorgrond scherp, of de achtergond. We kunnen nooit op alles tegelijk focussen.

James Williams op het Braiwnash Festival

Je zou kunnen zeggen dat aandacht een schaars begrip wordt. Vroeger was informatie schaars en was er aandacht in overvloed. Als jij op een zeepkist ging staan om jouw boodschap te verkondigen, luisterden mensen naar je, omdat je nieuwe informatie te bieden had. Als je dat nu zou doen, zou niemand luisteren. Informatie is zo overvloedig en aandacht zo schaars, de situatie is omgekeerd.

Omdat aandacht een schaars goed is geworden, concurreren digitale technologieën erom. De gevolgen daarvan kunnen we nog niet goed overzien. Wel is duidelijk dat verschillende technologieën zich meester maken van onze aandacht. Dat wordt de aandachtseconomie genoemd. Technologieën doen er alles aan om ons te laten klikken en scrollen. Daarvoor appelleren ze aan onze laagste instincten.

Ze doen aanspraak op onze impulsieve kant in plaats van onze bedachtzame, rationele kant. Zo ontstaat een omgeving waarin onze doelen niet samenvallen met de doelen van de technologieën die we gebruiken. Denk aan de doelen die je jezelf stelt als je naar een festival gaat, naar een lezing luistert of bijvoorbeeld de dingen die je wilt bereiken deze week of volgend jaar.

Waarschijnlijk wil je meer tijd besteden aan je familie, een bepaald boek lezen, piano leren spelen, of een reis gaan maken. Dat zijn echte, menselijke doelen. Maar als je dan kijkt naar de doelen van de technologie die in de aandachtseconomie wedijvert om onze aandacht, dan zien we die menselijke doelen nauwelijks terug. Die doelen zijn clicks, views en aankopen.

Dat zijn nogal triviale doelen. Ik denk dat er niemand ooit wakker wordt om vervolgens te bedenken hoeveel tijd hij die dag gaat doorbrengen op Facebook. De doelen van de systemen waardoor we ons leven laten vormgeven, zijn niet ons belang. Dat is de ongemakkelijke waarheid van de aandachtseconomie. Een waarheid waarmee we nog niet goed raad weten.

De Britse schrijver Aldous Huxley schreef al dat de voorstanders van vrijheid geen rekening hielden met de oneindige honger van de mens naar afleiding. Ook bij de ontwikkeling van digitale technologie hebben we die fout gemaakt. We bagatelliseren de negatieve gevolgen van technologie, omdat we nog geen taal hebben om erover te praten.

Denkers als John Stuart Mill en William James geven ons handvatten. Voor hen is aandacht niet alleen het je richten op een taak die je moet uitvoeren. Voor hen gaat aandacht dieper, en over vragen als: hoe plannen we een succesvol leven? Hoe stellen we onze doelen af op onze overtuigingen en waarden? Over die diepere lagen van aandacht moeten we het met elkaar hebben.

De doelen van de technologie waardoor we ons leven laten vormgeven, zijn niet ons belang. Dat is de ongemakkelijke waarheid van de aandachtseconomie.

In het verleden ging aandacht over wat we wilden doen. In de huidige aandachtseconomie moeten we ook denken aan zijn wie we willen zijn en willen wat we willen willen. Dat is wat er op het spel staat bij het ontwerpen van digitale technologie en dat gaat niet alleen om onze aandacht, maar ook om de menselijke wil.

Voor mij is dit het dringendste probleem waar we momenteel voor staan, omdat technologie meer en meer de lens aan het worden is, waardoor we de wereld zien. Waardoor we onze relaties, politiek en ethiek zien. We moeten de ontwikkelaars van technologie blijven steunen, omdat ze veel goeds brengen. Maar we moeten ze vooral ook vragen uit ons licht te gaan.