Hoe dichter je op een klaslokaal staat, hoe lager de waardering is. Het is één van de weeffouten in ons onderwijssysteem, volgens Iliass El Hadioui, onderwijssocioloog, verbonden aan de Erasmus Universiteit en de Vrije Universiteit en grondlegger van het professionaliseringsprogramma De Transformatieve School, dat op veertig scholen in stedelijke omgevingen loopt. We spraken hem over kansenongelijkheid, de revitalisering van de docent en de lessen van de HUMAN-serie Klassen. Ook raadt hij een boek aan dat je nu moet lezen.


Op de Erasmus Universiteit geeft Iliass El Hadioui een college over de kapitaaltheorie van Pierre Bourdieu. Veel docenten doen dat vooral theoretisch, maar Bourdieu is verschrikkelijk moeilijk om te begrijpen. Terwijl wat hij zegt in de kern supersimpel is, volgens El Hadioui. Dus wat doet de programmaleider van de De Transformatieve School? Hij vertoont vijf minuten uit Klassen, een scène met Anyssa en haar opa (die van de rode Canta).

En dan vraagt hij: 'Jongens, sociaal kapitaal, economisch kapitaal, cultureel kapitaal; ik wil dat jullie zin voor zin goed gaan luisteren en pas het toe.' Dan zie je opa, die geen begeleiding kan geven aan Anyssa, en vraagt hij: 'Wat is hier aan de hand, over welke kapitaalbron gaat het hier?' En dan gaat er een wereld voor ze open. Zo van: 'Oh mijn god, dit is gewoon cultureel kapitaal. Opa is niet in staat om dat kleinkind onderwijskundig verder te helpen'.

Wat zijn voor u de lessen van Klassen?

'De belangrijkste les die mensen kunnen trekken uit Klassen is dat kansenongelijkheid een veelkoppig monster is. Het is samengesteld uit het systeem dat we hebben ingericht en de mindset van de leerkrachten, de cultuur op school. Waarbij mensen geneigd zijn om iemand als Anyssa vanuit nobele intenties lager te waarderen. Ondanks het feit dat er overeenstemming is over dat kansenongelijkheid een maatschappelijk probleem is, blijft het toch groeien. De kracht van Klassen is dat het zichtbaar heeft gemaakt wat zich veel in de luwte en onder de radar afspeelt.'

Over de oorzaken en oplossingen van kansenongelijkheid zijn de meningen verdeeld, blijkt uit reacties op de serie en de meetups door het land.

'Bestuurskundigen noemen dit een wicked problem, een probleem waarover geen consensus is wat het probleem is. Maar als je een onderscheid maakt tussen kansenongelijkheid als probleem voor het onderwijs en als probleem van het onderwijs, dan kun je er morgen al mee aan de slag. Ontwikkelingen in de vastgoedmarkt, financiële markt en arbeidsmarkt hebben direct invloed op kansenongelijkheid in de samenleving en leveren problemen op voor het onderwijs. Maar dat zijn andere dossiers, en deze vallen buiten de cirkel van invloed van het onderwijsveld.'

'Als je alleen focust op de problemen van het onderwijs, wordt het ineens best overzichtelijk. Dan gaat het over vroegselectie, professionalisering van docenten en cultuurverandering op scholen. Ik geloof dat je heel veel kunt doen om de problemen van het onderwijs weg te nemen, zonder de illusie te hebben dat je daarmee de globaliserende economie verandert.'

En iets doen aan de vroegselectie, zoals ook geadviseerd door de Onderwijsraad, is een snelle concrete stap die je kunt zetten?

'Snel zal het niet gaan, want het is een structuurwijziging. Waar het om gaat is dat je het idee moet loslaten van een vaste klas van 25 leerlingen die alle vakken samen volgen op hetzelfde niveau in hetzelfde leerjaar. Ga nou als professional nieuwsgierig zijn naar individuele leerlingen. Dat kan betekenen dat sommige leerlingen Frans op een hoger niveau met elkaar volgen, terwijl ze bij wiskunde weer met andere leerlingen in de klas zitten.'

'Iets wat veel sneller kan worden bewerkstelligd, is wat ik zelf noem de revitalisering van het docentschap. Structuurwijzigingen kunnen alleen maar plaatsvinden bij de gratie van stevig docentschap. In onze samenleving betekent dat professionalisering van docenten, en de ruimte krijgen om met collega's dingen te ontwikkelen. De verschillende typen mindsets van professionals vind ik veel te weinig in het debat naar voren komen.'

Rondom Klassen kwam dat ook vaak naar voren, dat een pleidooi werd gehouden voor betere docenten.

'Uiteindelijk gaat het over de mate van professionaliteit bij docenten. Een kundige vakvrouw of vakman weet de inhoud en kennisoverdracht binnen het vak, het technische stuk, heel goed te verbinden met de interesses en ambities van de leerlingen. Dus het gaat om liefde voor het vak en liefde voor de leerlingen. Eigenlijk gaat het over liefde voor leren.'

'Maar wat wij in Nederland doormaken, is best wel ingewikkeld. Kansenongelijkheid neemt toe tegen de achtergrond van kwaliteitsvermindering van de beroepsgroep. Taalontwikkeling daalt het sterkst op geïsoleerde vmbo-locaties. Die docenten krijgen het niet voor elkaar leerlingen die binnenkomen op een taalniveau van groep 5/6 van de basisschool, binnen een paar jaar naar het streefniveau te brengen. Daar komt ook nog eens bij dat op het moment dat vmbo-leerlingen goed worden, zij verdwijnen naar een mavo-, havo- of vwo-klas of -locatie. De kwaliteit van het onderwijs kan op dat niveau niet altijd opgekrikt worden, ook omdat je vrij vroeg selecteert en die groepen uit elkaar zet.'

Dat moet je doorbreken op de een of andere manier?

'Ja, we moeten uit die cirkel. Dat kan alleen maar door zowel dingen in de structuur te wijzigen als in de cultuur aan de slag te gaan.'

Dus de allerbeste docenten voor de meest uitdagende groep?

'Dat zie ik meer als een kers op de taart. We zitten nu nog in een situatie waarin we het lerarentekort moeten oplossen en de kwalitatieve slag moeten maken met de bestaande leerkrachten. Van de honderd procent potentiële nieuwe docenten, die we opleiden aan de hogescholen in de grote steden, haalt de helft de eindstreep van die opleiding. Daarvan zijn we weer een helft binnen vijf jaar weer kwijt. Binnen tien jaar staat er nog maar een kwart voor de klas.'

'In het publieke debat wordt dit tekort te vaak begrepen als een wervingsprobleem, terwijl het op een dieper niveau een duurzaam bindingsprobleem is. De cultuur op scholen getuigt voor ambitieuze docenten soms te weinig van het innovatieve en het verwonderlijke waar ze het onderwijs voor zijn ingegaan. De aantrekkelijkheid van het beroep kan alleen maar groeien op het moment dat docenten een perspectief hebben en dat ze lessen met elkaar kunnen ontwikkelen. Als we dat niet doen, zal de geschiedenis zich blijven herhalen.'

Schrijver en muzikant Massih Hutak herkende zich hierin in het HUMAN-programma Nablijven en schaamde zich dat hij binnen vijf jaar was gestopt als docent.

'Ik zou willen dat we het debat meer op een systemisch niveau voeren. Individuele gedragingen en reacties op een systeem moeten we niet gaan moraliseren. Het gaat erom dat het systeem geen uitdaging meer biedt voor mensen als Massih Hutak. Ik merk het zelf ook op de universiteit. Onze meest vooraanstaande hoogleraren geven nauwelijks onderwijs, besteden dat uit en richten zich vooral op onderzoek. Dit is ook een systemisch iets, daar kiezen wij zelf voor.'

'Op elk niveau zit het mechanisme dat hoe dichter je op een klaslokaal staat, hoe lager de beloning, erkenning en waardering is. Dat is een weeffout. Waarom zou je iemand die de hele dag voor de klas staat, minder belonen en erkennen dan iemand die bij de gemeente onderwijsbeleid organiseert? Niet om die laatste positie te degraderen, maar om het gesprek aan te gaan over die eerste positie.'

Heeft u het idee dat u aanvoerder bent van een grote groep die dit ook vindt, of bent u eerder een roepende in de woestijn?

'De overgrote meerderheid ziet en voelt dit, volgens mij. Je komt hier echt op het terrein van de botsing tussen belangen en idealen. Als je wilt werken aan de revitalisering van het docentschap, betekent dat ook dat we moeten durven de machtsstructuur kritisch te bevragen. Het is onverstandig te spreken over de ongelijkheid buiten de school terwijl we zelf het systeem voeden dat ten grondslag ligt aan de ongelijkheid binnen de school.'

Omdat belangen in gevaar komen, dus.

'In een grootstedelijke omgeving zes of zeven lesuren op een dag leiding geven aan een mini-samenleving, met volle klassen pubers die bezig zijn met hun identiteitszoektocht en voorbereiden op hun volgende toets, en opleiden tot sociale burgers in de brede zin. Ik denk dat het tijd wordt dat we met elkaar hardop kunnen zeggen dat dat de plek is, die de meeste erkenning en waardering in materieel en immaterieel opzicht zou moeten krijgen. Beleid is belangrijk, maar het is een voorwaardelijke schil om wat in het klaslokaal gebeurt maximaal tot bloei te laten komen.'

Hoe dichter je op een klaslokaal staat, hoe lager de beloning, erkenning en waardering is. Dat is een weeffout in het systeem.

'Als je mensen op de markt vraagt: Ik heb hier vijf beroepen – arts, advocaat, docent, politicus, journalist – en je vraagt ze te rangschikken, dan is het natuurlijk gek dat bij de overgrote meerderheid van de samenleving de docent op de vijfde plek komt. Daar zit een belangrijke sleutel tot verandering. Dat we met elkaar zeggen: 'We zijn een kennissamenleving en kenniseconomie, onderwijs is het meest belangrijk', en dat betekent automatisch dat revitalisering van het docentschap belangrijk is. De docent als oerberoep, de pedagoog.'

In Klassen merkte je dat docenten het lot van hun leerlingen persoonlijk aantrekken, maar tegelijkertijd zeggen: 'Ja, dat is het systeem, het is nu eenmaal zo'.

'Wat ze heel goed aanvoelen is dat een aantal dingen hun pet te boven gaat. Docenten hebben niet gesolliciteerd naar een 0,6fte functie kansengelijkheid. Docenten hebben gesolliciteerd naar een 0,6fte docent Frans, of leerkracht groep 7. Punt.'

'Kansengelijkheid is een systemisch iets, iets wat beleidsmakers, wetenschappers en schoolleiders analyseren en bespreken. Wat het programma van De Transformatieve School doet, is die dingen met elkaar verbinden en de professionele energie richten op één vraag: wat hebben mijn leerlingen nodig om te klimmen op de schoolladder? Dus op basis van wetenschappelijke inzichten gaan we de lessen in. Dat staat echt centraal: de les als vertrekpunt.'

'Maar we brengen die docenten bij elkaar, als team, om elkaars lessen te observeren en de schoolleiders zitten erbij in de collectieve sessies. In die mini-samenleving leggen we de verbinding tussen alle actoren.'

En docententeams zijn daarvoor onmisbaar.

'De grondgedachte van De Transformatieve School is: hoe ga je leerlingen bewust laten zijn van het switchen van de leefwerelden thuis, peer group en school, en hoe ga je de schoolcultuur een veilige plek laten zijn voor alle leerlingen? Wij praten niet over demotivatie, overlastgevende leerlingen, dat soort dingen – we kijken met docenten vooral naar wat leerlingen nodig hebben om tot switchen en klimmen (zo heet ook het boek dat El Hadioui schreef, red.) te komen en wat de barrières zijn onderweg, zoals sociale pijn.'

'Men leert daar als team naar te kijken en niet als individuele docent. Men varieert in het programma tussen teamactiviteiten en lesbezoeken bij de individuele docent en werken daarbij in duo's en subgroepen. Docenten komen steeds in andere schakeringen terecht waarbij ze aanvoelen: ik sta er niet alleen voor. Dat is de transformatieve taal: met een nieuwe bril kijken naar dezelfde werkelijkheid en het samen doen. Als je dat soort energie losmaakt, kun je een cultuurverandering bewerkstelligen.'

En uw keuze voor het boek dat u aanbeveelt heeft daar ook mee te maken?

'Ik wil De Dramaturgie van het Dagelijks Leven van de Canadese socioloog Erving Goffman aanbevelen. Zijn boek gebruik ik vaak in sessies over cultuurveranderingen op scholen. Hij ontwikkelde het zogeheten dramaturgische perspectief. Hij kijkt naar organisaties en culturen door een theatrale bril: een podium, de coulissenruimte, een kleedkamer. Hij probeert de interactie tussen mensen te begrijpen niet vanuit hoe mensen zijn, maar welke rollen ze vervullen binnen dat theater. Dat is een hele interessante benadering en docententeams hebben daar heel veel aan.'