Het clichébeeld van de enge man in de bosjes belemmert slachtoffers van seksueel geweld. Ja, het komt voor, maar in tachtig procent van de gevallen in Nederland is de dader een bekende. Als je verkrachter niet lijkt op zo'n psychopathische aanvaller, vinden slachtoffers het lastig hun ervaring te zien als verkrachting. Daarbovenop kan de neiging van vrienden en familie groot zijn om een dader te gaan verdedigen wanneer hij geen monster is maar een bekende uit de omgeving.


De woorden en beelden die we gebruiken om te praten over seksueel geweld vormen ons denken. De Zweedse genderonderzoeker Lena Gunnarsson onderscheidt binnen feminisme twee dominante vertogen, dus verschillende manieren van spreken en denken, over seksueel geweld. Aan de ene kant wordt er een harde tegenstelling gemaakt: seks is seks en verkrachting is nooit seks. Aan de andere kant wordt er gesproken van een continuüm. Dat vindt zijn oorsprong bij radicaalfeministen die in heteroseks sowieso geweld zien en die vinden dat 'typisch' en 'afwijkend' gedrag van mannen zo geleidelijk in elkaar overgaan dat een onderscheid eigenlijk niet mogelijk is.

Slachtoffers van seksueel geweld krijgen vaak reacties uit hun omgeving die de schuld bij het slachtoffer leggen. Dat is zo pijnlijk, dat het de tweede verkrachting wordt genoemd.

Tegenover die stellige vertogen staat de ervaring van slachtoffers, die zich niet zo makkelijk laat plaatsen in het een of ander. Uit die ervaring spreekt een grijs gebied, een onzekerheid over grenzen. Als jouw verkrachter niet die engerd was waarvoor je gewaarschuwd bent, ben je dan wel verkracht? Gunnarsson citeert een vrouw over een ervaring met haar vriend:

'Misschien zag hij mijn slaap aan als stil instemmen. Ik probeer me te verzetten (…) maar de shock houdt me tegen en ik schaam me. (…) Ik ben boos en bang, maar tegelijkertijd voel ik ook een innerlijke waarschuwing hem niet te confronteren. Want wat had ik dan moeten zeggen? 'Sorry, maar ben je me nu aan het verkrachten?' (p. 9).

'Slachtoffer' is evenzeer een term die niet altijd overeenkomt met ervaring. Sommige mensen denken dat slachtoffers volledig machteloos en beschadigd zijn. Wanneer zij dan verkracht worden, herkennen zij zich niet in dat label en daarmee ook niet in de verkrachting. Zoals deze persoon:

'Ik denk dat ik nooit het slachtoffer ben geweest van aanrandingen. Daarnaast heb ik wel heel veel seks gehad die ik niet wilde hebben. Fysiek gesproken hoeft er geen verschil te zijn tussen seks en aanranding. Die twee kunnen er hetzelfde uitzien, hetzelfde voelen in het lichaam. Een nee kan onderdeel zijn van een rollenspel. Een ja misschien afgedwongen door verwachtingen. Ik herken mezelf niet in het beeld van het slachtoffer, vooral omdat een slachtoffer passief hoort te zijn.' (p. 10).

In haar analyse betrekt Gunnarsson ook de ervaringen van mannen, die precies vanwege die beperkende vertogen moeite hebben om te praten over seksueel geweld. Tegelijkertijd zorgen die vertogen ervoor dat mannen soms ook minder beschadigd zijn door een ervaring, juist vanwege de dominante gedachte dat vrouwen slachtoffers zijn en de betreffende man dus iets anders (en minder ergs) overkomen moet zijn.

Het belang van taal neemt niet weg dat ervaringen een objectieve kant hebben: wat er daadwerkelijk is gebeurd en de strafbaarheid daarvan. In Nederland worden ieder jaar 100.000 mensen slachtoffer van seksueel geweld. Een op de acht vrouwen is ooit verkracht, onder mannen is dat een op 25. Hulp zoeken is belangrijk, niet alleen om psychische schade te beperken, maar ook omdat zonder begeleiding de kans groter is opnieuw slachtoffer te worden.

Alsof dit allemaal niet erg genoeg is krijgen slachtoffers vaak te maken met victim blaming: de directe omgeving of hulpverleners reageren op een negatieve manier en leggen de schuld bij het slachtoffer. Dit kan meer schade doen dan de gebeurtenis zelf. Het wordt daarom zelfs weleens de tweede verkrachting genoemd, zo pijnlijk is het.

Victim blaming is veel meer dan het – inmiddels evident – foute 'korte-rokjes-argument'. Het gebeurt namelijk ook op manieren die op het eerste oog niet onaardig lijken. Iva Bicanic, directeur-bestuurder van het Centrum Seksueel Geweld, onderscheidt verschillende soorten victim-blamers, zoals de afzwakkers ('Het was vast niet zo bedoeld', 'Je maakt het groter dan het is'), de ongedurigen ('Is het nu nog niet over?', 'Je moet het achter je laten') en de waaromvragers ('Waarom heb je niets gedaan?', 'Waarom vertel je het nu pas?').

Zulke vragen komen volgens Bicanic voort uit een 'rotsvast geloof in een rechtvaardige wereld', waarin we niet willen aanvaarden dat mensen slechte dingen doen. Wederom werken clichébeelden over verkrachters die je van je fiets trekken tegen. Want als de dader een vriend is of een familielid, een date of een collega, dan is dat geloof in een rechtvaardige, veilige wereld moeilijk vast te houden. Het is dan voor de omgeving soms makkelijker om de oorzaak bij het slachtoffer te leggen.

De mismatch tussen vertoog en ervaring laat zien hoe taal ertoe doet. We moeten daarom wegblijven van stellige uitspraken over seksueel geweld zoals in de twee hierboven beschreven vertogen. Slachtoffers 'overlevers' noemen, zoals soms gedaan wordt, helpt ook niet, want dat woord suggereert een levensbedreigende situatie die er niet altijd is. In plaats daarvan moeten we veel meer aandacht hebben voor de ervaringen van slachtoffers. Dat betekent luisteren en serieus nemen, en victim blaming bij onszelf en anderen herkennen, benoemen en afwijzen.

Wat kan jij nu doen?

Allereerst natuurlijk: geen seksueel geweld plegen. Daarnaast is het belangrijk te beseffen dat iedereen slachtoffer van seksueel geweld kan worden. De gedachte dat dat niet zo is werkt victim blaming in de hand, dan ligt het immers aan het slachtoffer. Als je aangerand of verkracht bent, of als je twijfelt of dat het geval is, is er hulp voor je: iedere regio in Nederland heeft een Centrum Seksueel Geweld waar je terechtkunt. Ook als het seksueel geweld in het verleden heeft plaatsgevonden. Het is een goed idee hun nummer 0800-0188 op te slaan in je telefoon en anderen aan te raden dat ook te doen. In deze aflevering van de podcast DAMN, HONEY legt Iva Bicanic helder uit wat victim blaming is en geeft ze tips over hoe je wel goed met slachtoffers kan praten.

Radicaalfeminisme is een stroming die de nadruk legt op revolutie en de volledige ontmanteling van het patriarchaat. In de ogen van sommige radicaalfeministen is vaginale penetratie per definitie een vorm van geweld. Dit wordt op verschillende manieren beargumenteerd, bijvoorbeeld vanwege de ongelijke machtspositie van man en vrouw of omdat ze vinden dat heteroseksualiteit wordt afgedwongen en een vrouw daarmee dus niet kan instemmen. Voorbeelden zijn Adrienne Rich, Catharine A. MacKinnon en Andrea Dworkin.