Kun je gelukkig zijn in het kapitalisme?

Is ultiem geluk te vinden in een kapitalistisch systeem? Dat vraagt Sophie (22) zich af. Theatermakers Emma Linssen en Dinda Provily, mediawetenschapper Dan Hassler-Forest, presentator Roeland Wendel en theatergezelschap Het NUT buigen zich over deze vraag.

“Voor mij draait het leven om emoties voelen, mijn passies najagen”, schrijft Sophie. Ze is veel bezig met muziek, theater en film. Maar ze loopt daarin vast: “Ik leef om te werken, puur om de huur en de boodschappen te betalen. 'Ik ben omdat ik werk,' zo voelt het.” Wanneer ze haar passies volgt, is Sophie bang weinig geld te verdienen en buiten de samenleving te vallen. Haar vraag is: ”Is ultiem geluk te behalen in een kapitalistische samenleving?”

Op creatieve wijze hebben vier makers en denkers iets te zeggen over haar levensvraag. Theatermakers Emma Linssen en Dinda Provily kruipen in de huid van Schopenhauer en Nietzsche, mediawetenschapper Dan Hassler-Forest laat zien hoe films en series ons beeld van geluk in een kapitalistische mal gieten, presentator Roeland Wendel vertelt over wat vrijwilligerswerk hem leerde over betekenis vinden binnen kapitalisme en gezelschap Het NUT (Nieuw Utrechts Toneel) maakt een theatrale analyse na een jaar onderzoek naar de rol van geld in onze samenleving.

Maakt geld gelukkig?

Geluk is big business. Zelfzorgproducten en boeken van gelukscoaches domineren bestsellerlijsten en sociale media. In een essay uit 2019 beschrijft schrijver Cody Delistraty in Aeon Magazine hoe geluk is uitgegroeid tot de marketingtruc van het afgelopen decennium. Welzijn wordt daarbij voorgesteld als iets wat maakbaar is, zolang je de juiste producten koopt en de juiste stappen volgt. Negatieve gevoelens moeten vooral worden vermeden.

Wie zich laat leiden door deze marktgedreven definitie van geluk, loopt volgens Delistraty juist het risico op een permanent gevoel van onvrede. De markt belooft steeds meer geluk, en voedt daarmee een verlangen dat nooit verzadigd raakt.

Dat unanieme gevoel onder veel mensen is geen toeval. In een kapitalistische samenleving, waarin alles om geld draait, zijn we gewend geraakt aan het idee dat alles te optimaliseren valt, ook geluk. Welzijn wordt gemeten in succes, productiviteit en inkomen. Wie gelukkig wil zijn, moet werken aan zichzelf. Geluk wordt zo een product dat je kan kopen of een project met een einddoel. 

Geld en geluk door de eeuwen heen

Dat idee voelt modern, maar de spanning tussen geld en geluk houdt filosofen al eeuwen bezig. Steeds opnieuw keren zij terug naar dezelfde vraag: wat gebeurt er met ons idee van welzijn wanneer geld de maatstaf wordt?

Al in de Oudheid waarschuwden de Griekse filosoof Aristoteles en de Romeins stoïcijns filosoof Seneca voor een samenleving waarin rijkdom wordt verward met een goed leven. Geld, zo stelden zij, is hooguit een middel en geen doel. Wie geluk verwart met bezit, jaagt iets na dat nooit kan verzadigen. Filosoof Jurrien Rood stelt in een interview met Trouw dat die gedachte een rode draad vormt in de westerse filosofie. Door de eeuwen heen keren denkers steeds terug naar dezelfde zorg: zodra geld de dominante waarde wordt, verschuift ook ons beeld van de mens. We gaan niet alleen spullen, maar ook tijd, relaties en uiteindelijk onszelf in economische termen begrijpen.

In zijn onderzoek naar filosofen als Georg Simmel en Richard David Precht ziet Rood een terugkerend patroon. Geld is zelden neutraal. Veel filosofen waarschuwen dat geld ons karakter aantast: het zou ons reduceren tot hebzuchtige egoïsten, waarbij uiteindelijk alleen nog telt wat in geld is uit te drukken.

Ben ik gelukkig?

Dat idee, geld als doel, roept dus al eeuwen filosofisch verzet op. Maar ook dat idee van geluk als doel roept dat op. Als we filosofen Friedrich Nietzsche en Arthur Schopenhauer mogen geloven, staren we ons in het kapitalisme blind op dat aspect van geluk. Want wat is gelukkig zijn nou eigenlijk? Schopenhauer waarschuwde al dat wie geluk nastreeft, onvermijdelijk teleurgesteld raakt: zodra we menen gelukkig te zijn, ontstaat de behoefte aan meer. Nietzsche ging nog een stap verder en stelde dat geluk niet los te zien is van lijden; pas wie pijn en tegenslag doorleeft, kan überhaupt iets als geluk ervaren.

Hun filosofie blijft theatermakers Emma Linssen en Dinda Provily vandaag de dag uitdagen. Zij verdiepten zich in het werk van de filosofen voor de voorstelling Arthur & Friedrich, een nacht in Bayreuth, waarin de filosofen elkaar voor het eerst in hun leven - fictief - zullen bevragen over thema’s als geluk en lijden. Een fragment van de voorstelling is te zien in het Brainwash-theater. 

Wanneer we deze filosofische inzichten naast het hedendaagse kapitalisme leggen, is dezelfde kritiek dus nog steeds zichtbaar. In onze tijd wordt geluk vaak voorgesteld als iets dat te maximaliseren valt: maakbaar, meetbaar en altijd voor verbetering vatbaar, vertelt ook psycholoog Thijs Launspach in Brainwash Bits: “Hoe meer we streven naar gelukkig zijn, hoe ongelukkiger we worden.” Het idee van ‘ultiem geluk’, zoals Sophie het beschrijft in haar levensvraag, past naadloos in die logica. Het idee van “geluk” werd daarmee een onderdeel van het kapitalisme. 

Misschien ligt daarin een antwoord besloten. Niet in het maximaliseren van geluk, maar in het toelaten ervan wanneer het zich aandient. Is het dus niet beter om het toeval zijn werk te laten doen, in plaats van geluk krampachtig na te jagen - juist als verzet tegen het kapitalisme?